OLVG

Zorg bij verwardheid of delier door familie en naasten : wat u kunt doen en hoe u kunt helpen 

Hulp en steun is belangrijk als uw naaste een delier heeft of als er risico is op het krijgen van een delier. Bij een delier is uw naaste ineens in de war is of gedraagt zich anders. Meestal komt een delier door een ziekte, na een operatie, of door medicijnen. De hulp en steun van familie of naaste is belangrijk bij het herstel.

Familie en naasten zijn belangrijk

Als u bij uw naaste bent, is de kans kleiner dat uw naaste plotseling verward wordt. Ook herstelt uw naaste sneller als u bij hem bent. Omdat u de patiënt goed kent, ziet u vaak sneller een verandering dan zorgverleners. 

De verpleegkundige bespreekt het volgende met u: 

  • hoe het met uw naaste gaat 
  • wat u kunt doen om te helpen 
  • welke afspraken nodig zijn 

Samenwerken met de verpleegkundigen

Goede samenwerking is belangrijk. De verpleegkundig vertelt u hoe het met uw naaste gaat. U kunt altijd vragen stellen. Het volgende kan soms prettig zijn of nodig zijn:  

  • U kunt helpen tijdens bezoektijden. 
  • U komt ook op andere momenten dan tijdens de bezoektijden. 
  • U blijft slapen bij uw naaste. Dit heet rooming-in.  

Rooming-in gebeurt altijd in overleg met de verpleegkundige. 

Waarbij kunt u helpen?

 

U kunt met de verpleegkundige bespreken of u kunt helpen bij: 

  • Samen iets doen tijdens bezoek, zoals lezen, een spelletje doen of een stukje lopen. 
  • Iedere keer benoemen wat nu de situatie is, bijvoorbeeld de dag en datum te noemen. 
  • Een dagboekje bijhouden van wat er gebeurt. 
  • Zorgen dat uw naaste eventueel zijn bril en gehoorapparaat draagt. 
  • Helpen met eten en drinken. 
  • Helpen met wassen en aankleden. 
  • Belangrijke informatie geven over uw naaste. 
  • Samenwerken met verpleegkundigen en artsen. 
  • Contactpersoon zijn voor familie en vrienden. 
  • Telefonisch bereikbaar zijn. 

Praten met uw naaste 

  • Zeg wie u bent en waarom u er bent. 
  • Herhaal dit rustig als dat nodig is. 
  • Zeg dat uw naaste ziek is en in het ziekenhuis ligt. 
  • Praat rustig en in korte zinnen. 
  • Stel 1 vraag tegelijk, bijvoorbeeld: “Heb je goed geslapen?” 
  • Stil aanwezig zijn is ook goed 

Reageert uw naaste anders dan u gewend bent? Geef dit dan door aan de verpleegkundige. 

Een schriftje voor de naasten en bezoek kan helpen om op te schrijven wat er is gebeurd. Zo hoeft uw naaste dit niet steeds opnieuw te vertellen. 

Wat u nog meer kunt doen

  • Help mee met een vaste dagindeling om het dag-nachtritme te bewaken. Zorg voor de juiste kleding voor overdag en voor de avond en nacht zoals sloffen.  
  • Stimuleer uw naaste om uit bed komen en te bewegen als dat mag. Zorg voor goede schoenen om te kunnen oefenen met de fysiotherapeut.  
  • Doe samen rustige activiteiten, zoals tv kijken of een spelletje. 
  • Zeg regelmatig: 
    -
    welke dag het is 
    - hoe laat het is 
    - waar u bent 
    - wie u bent 
  • Gebruik een agenda of kalender. 
  • Kom tijdens de maaltijd en help bij eten en drinken. 
  • Overleg altijd met de verpleegkundige, bijvoorbeeld bij slikproblemen 
  • Soms mag u mee naar een onderzoek. U kunt vaak mee tot aan de deur, maar niet altijd bij het onderzoek zelf blijven.  

Rooming-in 

Soms is het goed dat u ook ’s nachts blijft. Dit kan uw naaste rust geven. 
De verpleegkundige bespreekt dit met u. Op onze website leest u meer over rooming in.  

Wat u kunt meenemen 

  • Bril en gehoorapparaat en extra batterijen 
  • Vertrouwde spullen, zoals: 
    -
    kalender of klok 
    - horloge 
    - eigen kussen 
    - koffiekopje 
    - foto van familie 

Zet deze spullen goed zichtbaar neer. Ze helpen bij oriëntatie en geven een veilig gevoel. 

Overig

  • Er is 1 vaste contactpersoon voor het ziekenhuis. De verpleegkundige belt deze contactpersoon bij een verandering of verwardheid. 
  • De verpleegkundige bespreekt de situatie van de patiënt dagelijks met de arts. 
  • Als extra ondersteuning niet meer nodig is, bespreken we dit met de contactpersoon. 
  • De contactpersoon kan altijd met een verpleegkundige praten over uw naaste, ook over uzelf als de zorg zwaar is. 

Zorg ook goed voor uzelf 

Zorgen voor een naaste met een delier is soms moeilijk. U kunt gevoelens hebben van stress, angst, moeheid of machteloosheid. 

U kunt uw gevoelens altijd bespreken met de verpleegkundige. 
Wij adviseren om taken te verdelen met andere familieleden of naasten. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG of per e-mail. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Geriatrie, locatie Oost, P2
020 510 81 75 (op werkdagen van 08.15 uur tot 16.15 uur)

Polikliniek Geriatrie, locatie West, route 34
020 510 81 75 (op werkdagen van 08.15 uur tot 16.15 uur)

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Geriatrie van OLVG. Laatst gewijzigd: