OLVG

Katheterablatie bij atriumfibrilleren : behandeling van de hartritmestoornis atriumfibrilleren

U heeft de hartritmestoornis atriumfibrilleren. Dit heet ook wel boezemfibrilleren. Atriumfibrilleren komt vaak voor. Er zijn veel behandelingen. De behandeling bestaat vaak uit medicijnen en soms een katheterablatie.

Over atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren is een ritmestoornis die vaak voorkomt. Atriumfibrilleren betekent 'trillen van de hartboezem'. Atriumfibrilleren heet ook wel boezemfibrilleren.

Het normale hartritme heet sinusritme. In een normaal sinusritme, maakt de sinusknoop steeds een elektrisch pulsje waar de boezem regelmatig door wordt geactiveerd.

Bij boezemfibrilleren is er in plaats van het normale hartritme, is er een afwijkend ritme in de hartboezems. Elektrische pulsjes wervelen rond door de boezems. De boezems worden daardoor onregelmatig geactiveerd. De hartkamers volgen het afwijkende boezemritme en knijpen daardoor onregelmatig samen. De hartkamers kunnen ook soms sneller kloppen tijdens atriumfibrilleren. Dit geeft bij sommige mensen klachten. Atriumfibrilleren heeft geen invloed op de lengte van het leven maar kan soms wel schade aan het hart geven.

De volgende oorzaken geven meer kans op het krijgen van atriumfibrilleren: 

  • ouder dan 55 jaar 
  • te snelwerkende schildklier
  • diabetes
  • beschadiging van het hart door een hartinfarct of een hartoperatie in het verleden
  • aandoening van de hartkleppen
  • hoge bloeddruk
  • overgewicht
  • slaapapneu 
  • meer dan 3 uur per week intensief sporten 
  • erfelijkheid 

Veel koffie drinken, meerdere glazen alcohol in korte tijd, roken, koorts, stress en het gebruik van drugs kunnen aanvallen van atriumfibrilleren uitlokken.

Klachten 

De klachten van atriumfibrilleren kunnen hinderlijk zijn.  Atriumfibrilleren heeft soms een negatief effecten op de gezondheid. 
Mensen kunnen de volgende klachten hebben:

  • een onregelmatige of snellere hartslag voelen (hartkloppingen)
  • onwel, misselijk of vermoeid voelen

Risico's 

Atriumfibrilleren kan de volgende risico’s hebben: 

  • Als het hart langdurig veel te snel klopt, kan de hartspier van de hartkamers op termijn zijn knijpkracht verliezen. Dit heet hartfalen. 
  • Tijdens boezemfibrilleren stroom het bloed in de boezem minder goed door. Daardoor kan het bloed gaan stollen en zo ontstaan er soms bloedpropjes. Als deze bloedpropjes met de bloedbaan mee schieten naar andere organen kan dit problemen geven. Bijvoorbeeld naar de hersenen of de longen. Mensen met atriumfibrilleren hebben daarom soms een verhoogd risico op een beroerte. 

Over een katheterablatie

Atriumfibrilleren wordt altijd eerst behandeld met medicijnen. Indien het normale ritme dan niet herstelt, is het soms een electrocardioversie of ECV nodig. Door een elektrische schok wordt het normale ritme hersteld. Voordat u de schok krijgt, wordt u eerst in slaap gebracht. Helaas komt het atriumfibrilleren daarna wel eens vaker terug. Als medicijnen niet helpen of veel bijwerkingen geven, is soms een ablatiebehandeling een mogelijk. 

Naast het atriumfibrilleren kan er ook sprake zijn van een andere ritmestoornis. Deze andere ritmestoornis kan dan ook atriumfibrilleren uitlokken. Een andere ritmestoornis die veel samen met atriumfibrilleren voorkomt is een boezemflutter. Soms kan er een gecombineerde behandeling van het atriumfibrilleren en de boezemflutter tegelijkertijd plaatsvinden. 

Atriumfibrilleren ontstaat meestal door extra prikkels die ontstaan vanuit de longaders. Via de longaders wordt bloed van de longen naar het hart terug gebracht. Longaders worden ook wel long venen of pulmonaal venen genoemd. Bij een zogenoemde longvenen-ablatie maakt de cardioloog littekens in het hart rondom de longaders, op de plaats waar ze inmonden in de linker boezem. Deze behandeling heet ook wel pulmonaal venen isolatie of PVI. Een mens heeft meestal 4 longaders. 

De behandeling bestaat uit het maken van kleine littekens in het spierweefsel van het hart. Er zijn meerdere technieken om deze littekens te maken. De littekens ontstaan door plekjes in het spierweefsel te verhitten, te bevriezen of met elektrische schokjes (elektroporatie) te behandelen. Het spierweefsel rond de longaders wordt door de behandeling omgezet in litteken weefsel.

Prikkels uit de longaders kunnen dan de boezem niet meer irriteren.

  • Het verhitten bij een ablatie heet radio frequente katheter ablatie of RFCA.
  • Het bevriezen bij een ablatie heet cryo ablatie. 
  • Het behandelen met elektroporatie heet Pulsed Field Ablatie of PFA

Bevriezen of cryo-ballon ablatie

Hiervoor gebruikt de cardioloog een ballonnetje van enkele centimeters doorsnee.

  • Het ballonetje wordt in de inmonding van elke longvene geplaatst. Het ballonnetje wordt bevroren door stikstof tot min 50 graden Celcius. Op de plek waar de ballon de hartspier raakt, ontstaat er een soort vrieswond in de wand van het hart. Dit wordt daarna door het lichaam omgezet tot een litteken. 
  • Met de ballon kan 1 longader in een keer behandeld worden. Iedere longader krijgt 1 tot 2 behandelingen. 
  • Het vriezen kan hoofdpijn veroorzaken; zoals bij het snel eten van een ijsje.
  • Tijdens de cryo-ablatiebehandeling krijgt u een slaapmiddel per pompje toegediend, zodat u wat doezelig bent.
  • Vlak achter de longvenen loopt een zenuw die naar het middenrif gaat. Om de middenrifzenuw te beschermen, controleren we tijdens de vriesbehandeling of de zenuw nog goed werkt. Daarom laten wij u tijdens het vriezen hikken door deze zenuw met kleine elektrische pulsjes te testen. 
  • Tijdens of direct na de behandeling is het soms nodig om de ritmestoornis met medicijnen en/of een elektrische schok te stoppen. Een elektrische schok heet ook elektrische cardioversie . Hiervoor brengen wij u kort wat dieper in slaap.
  • Aan het eind van de ablatie is er altijd een wachttijd van ongeveer 20 minuten waarin we met metingen controleren of de ablatie geslaagd is.

De behandeling duurt 1 tot 2 uur. 

Verhitten of radiofrequentie katheterablatie (RFCA)

Met radiofrequente ablatie worden meerdere brandpuntjes rond de longvenen gezet.

  • Dit wordt gedaan door een smalle katheter waarbij het puntje van de katheter verwarmd wordt. Elk brandpuntje duurt steeds 0,5 tot 1,5 minuut. Tijdens het branden kuntu een warm branderig gevoel op de borst voelen, dat pijnlijk kan zijn. Dit gevoel kan ook uitstralen naar uw armen of kaken.
  • Bij elk brand puntje ontstaat steeds een klein brandwondje of een littekentje van enkele millimeters doorsnede en diepte. Alle brandpuntjes samen worden in een cirkel om de longvenen geplaatst waarbij de puntjes aan elkaar moeten aansluiten. Dit is letterlijk millimeterwerk.
  • Om ervoor te zorgen dat de katheter op precies de goede plaats blijft liggen, is het erg belangrijk dat u goed stilligt. U mag tijdens het branden niet te diep in- en uitademen.
  • Als u dit wilt, doen we het branden bij voorkeur onder algehele narcose.

De behandeling duurt 2 tot 4 uur

Ablatie met elektroporatie

Bij ablatie met elektroporatie worden er via een mand- en bloemvormige katheter elektrische stroomschokjes afgegeven.

  • Deze katheter heeft een ronde vorm en wordt in elke longader geplaatst.
  • Bij elke longader worden meerdere schokjes afgegeven. Dit gebeurt bij elke longader 8 keer en duurt steeds enkele seconden. Overal waar de schokjes de hartspier geraakt hebben worden de hartspiercellen omgezet in litteken. De behandeling gebeurt meestal onder algehele narcose.

Deze behandeling duurt 1 tot 2 uur . 

Na een katheterablatie voelt u zich meestal een stuk beter. Het doel van de katheterablatie is het aantal en de hevigheid van aanvallen van atriumfibrilleren te verminderen. Een katheterablatie heeft geen invloed op de lengte van uw leven, wel op de kwaliteit van uw leven. 

Onderzoeken voor de katheterablatie

  • Voor de ablatie willen we de anatomie van de longaders afbeelden met een CT-scan of MRI. Het ligt onder andere aan de vorm en het aantal longaders welke van de bovenstaande 3 technieken voor u het meest geschikt is.  
  • Soms is het nodig om enkele dagen voor de ablatie een echo van het hart via de slokdarm te maken. U hoort van de arts of dit onderzoek bij u nodig is. 

Informatie 

  • Enige tijd voor de behandeling ontvangt u een link. U kunt via de link filmpjes over de behandeling bekijken. We vragen u ook via die link een vragenlijst in te vullen.
  • Als u akkoord gaat met de behandeling, komt u op de wachtlijst. U krijgt dan een oproep van de planner. 
  • De wachttijd tot de behandeling bedraagt meestal een paar maanden.

 

Zo bereidt u zich voor

  • Gebruikt u bloedverdunners of andere medicijnen? Of bent u allergisch voor bepaalde medicijnen of jodium? Geef dit dan aan via MijnOLVG. Doe dit zo snel mogelijk.
    Als u MijnOLVG niet gebruikt, overleg dan met uw arts.
    Stop nooit zomaar met het innemen van uw medicijnen. Bespreek dit altijd met uw arts.

Bent u zwanger of mogelijk zwanger?

Neem dan voor het onderzoek contact op met uw arts. Bij onderzoek van sommige lichaamsdelen doen we liever geen onderzoek met straling.

  • Neem warme sokken mee. De behandelkamer is erg fris vanwege de koeling van de apparatuur. U moet zich helemaal uitkleden maar u kunt uw sokken aanhouden. We zorgen dat u het voldoende warm heeft. 
  • Gebruik op de dag van de operatie geen bodylotion of crème.
  • Draag op de dag van de operatie geen sieraden, piercings, make-up of nagellak.
  • Als u na de operatie naar huis gaat, kunt u nog wat pijn hebben. Zorg daarom dat u voor u de operatie paracetamol in huis heeft. 
  • De verpleegkundige vraagt naar de naam en het telefoonnummer van uw contactpersoon. Zorg dat uw contactpersoon bereikbaar is als u in het ziekenhuis bent. 
  • Regel vervoer naar huis of zorg dat iemand u naar huis brengt. 

Zo gaat een katheterablatie

U meldt zich bij de afdeling Shortstay in OLVG, locatie Oost. 

Voorbereiding

  • U ligt zonder kleding bloot op een behandeltafel. U mag uw sokken aanhouden. 
  • Het scheren en desinfecteren gebeurt in het ziekenhuis. U kunt eventueel thuis zelf uw liezen scheren. 
  • U ligt onder een steriel laken.
  • U krijgt een plaatselijke verdoving van 1 of beide liezen. 
  • De cardioloog brengt in de ader van 1 of beide liezen een aantal buisjes in. 
  • De cardioloog gebruikt röntgen om de ligging van de katheters te kunnen bepalen. 
  • De cardioloog schuift de speciale katheters door de buisjes naar het hart. De meeste mensen voelen hier niks van. 

De katheterablatie

  • De cardioloog verhit of bevriest kleine stukjes weefsel op de plaats waar de ritmestoornis begint. 
  • De behandeling maakt een heel klein littekentje van enkele millimeters. Omdat dit heel precies moet gebeuren, herhaalt de cardioloog de behandeling een aantal malen. De behandeling kan soms een paar uur duren.
  • De katheter moet precies op de goede plaats blijven liggen. Daarom is het erg belangrijk dat u zo stil mogelijk ligt. U mag ook niet te diep in- en uitademen.
  • Het verhitten of bevriezen duurt steeds 1 tot 1,5 minuut. Bij verhitten voelt u soms een warm branderig gevoel. Dat kan onprettig zijn. Bij bevriezen kunt u soms wat pijn op de borst ervaren of hoofdpijn.

De behandeling duurt 1,5 tot 3 uur.

Na de katheterablatie

  • De cardioloog verwijdert de katheters. 
  • Na het dichtdrukken van de openingen in de liezen krijgt u een drukverband of een hechting. 
  • U gaat in uw bed naar de verpleegafdeling Cardiologie. 
  • U moet enkele uren plat in bed blijven liggen. Uw hartritme wordt dan steeds gecontroleerd.
  • U mag weer gewoon eten en drinken. 

Na de katheterablatie blijft u meestal u 1 nacht in het ziekenhuis. Soms mag u dezelfde dag naar huis. De arts bespreekt dit met u. 

Opleiden zorgverleners in OLVG

OLVG biedt kansen aan de zorgverleners van de toekomst. Nieuwe zorgverleners zijn hard nodig.
Arts-assistenten, zorgverleners en zorgverleners in opleiding kijken mee en doen zelf onderzoeken en behandelingen.  Dit gebeurt altijd onder verantwoordelijkheid van een zorgverlener met ervaring.
Zo kan OLVG patiënten ook in de toekomst de juiste zorg blijven bieden.

Uitstel van uw operatie of behandeling

Heel soms gebeurt het dat uw operatie of uw behandeling niet kan doorgaan.
Bijvoorbeeld door een onverwachte situatie. Of als een andere patiënt spoedeisende hulp nodig heeft. U krijgt dan zo snel mogelijk een nieuwe afspraak.

Hisbundelablatie

  •  Als de katheterablatie van de longaders bij u niet mogelijk is of niet doeltreffend zal zijn, is er nog de mogelijkheid voor een Hisbundelablatie. Hierbij wordt de verbinding tussen de boezem en de kamer doorgebrand. Deze verbinding heet De bundel van His. 
  • Deze ablatie duurt korter (1 tot 1,5 uur). Hij heeft een hoge kans van slagen. 
  • Het doorbranden van de bundel van His kan niet meer ongedaan worden gemaakt.
  • Het boezemfibrilleren blijft in de hartboezems bestaan, maar de elektrische prikkels worden niet meer overgebracht naar de hartkamers.
  • Er ontstaat een regelmatig langzaam hartritme: in rust ongeveer 30 tot 40 slagen per minuut, ook bij inspanning wordt de hartslag niet hoger. 
  • Patiënten krijgen daarom ruim voor de Hisbundelablatie een definitieve pacemaker die voor een goede en regelmatige hartslag zal zorgen. 
  • De meeste patiënten hoeven na deze behandeling geen medicijnen voor ritmestoornissen meer te gebruiken. Wel moeten zij antistollingsmedicijnen blijven gebruiken. 
  • Als u voor deze ablatiebehandeling in aanmerking komt, hoort u dat ruim van tevoren van uw cardioloog.

Complicaties

Iedere behandeling heeft risico’s. Neem direct contact op Wij nemen voorzorgsmaatregelen om deze risico’s te beperken. Hieronder ziet u welke complicaties en risico’s kunnen optreden.

  • Bloeduitstorting op de plaats waar de cardioloog de bloedvaten in uw liezen aanprikt.
  • Er kan vocht in het hartzakje ontstaan door een beschadiging van de hartspier. Meestal herstelt dit vanzelf. Als er te veel vocht in het hartzakje komt, moeten we dit weghalen. Dit moet heel soms gedaan worden door een hartchirurg.
  • Bij de behandeling van ritmestoornissen in de linkerboezem is er een hele kleine kans dat er een stolsel in de hersenen terechtkomt. Om dit risico te verkleinen krijgt u antistollingsmedicijnen. 
  • Er kan beschadiging van de zenuw naar het middenrif ontstaan waardoor diep doorademen minder goed kan gaan. Dit herstelt altijd vanzelf maar kan enkele maanden duren voordat het volledig herstelt is.
  • Tijdelijke uitval van de maagzenuw. Dit geeft klachten van opboeren en een vol gevoel in de maagstreek. 
  • Een gaatje of een doorgang van het hart naar de slokdarm. Dit heet een fistel. De klachten zijn bloed ophoesten en hoge koorts na 2 tot 3 weken. Deze complicatie is zeer zeldzaam. 
  • Zoals bij elke ingreep in het hart is er een kans op overlijden. Bijvoorbeeld door complicaties tijdens de behandeling. Deze kans is echter heel klein.

Adviezen voor thuis

  • Let erop dat u zich de eerste 3 dagen na de behandeling niet inspant (niet fietsen, niet autorijden, geen grote stukken wandelen, niet tillen etc.) om bloeduitstorting in de lies te voorkomen
  • Doe de eerste week rustig aan en vermijd overmatige inspanning, zoals zwaar lichamelijk werk of sporten. De voorkeur gaat zelfs uit naar 2 weken niet sporten en de eerste 4 weken geen maximale inspanning.
  • Doet u meer dan 3 uur per week aan intensieve duursporten? Na een ablatie heeft u een groter risico op atriumfibrilleren. 

Eerste 3 maanden na de behandeling

  • In de eerste maanden na de ingreep kan het zijn dat u uw hart wat vaker voelt overslaan dan anders. Of misschien voelt u zelfs het begin van een ritmestoornis. U kunt ook nog aanvallen van boezemfibrilleren ervaren. Indien de ritmestoornis vanzelf stopt hoort dit nog bij het herstel van de ablatie. Houdt dit echter langer dan 24 tot 48 uur aan of heeft u er veel klachten van neem dan contact op met OLVG of met de cardioloog van uw eigen ziekenhuis.
  • Soms is er tijdelijk sprake van migraine klachten met klachten van de ogen zoals minder zicht, wazig zien of vlekken zien. 
  • Ook kan het zijn dat u de eerste weken klachten heeft van vermoeidheid, kortademigheid bij inspanning en/of pijn achter het borstbeen. Dit komt omdat uw hart en lichaam zich nog moet aanpassen en de littekens zich nog goed moeten vormen. Na verloop van tijd zult u steeds minder klachten hebben. U mag eventueel paracetamol volgens voorschrift gebruiken

Medicijnen

Soms moet u een aantal weken extra medicijnen gebruiken. Als u ernstige klachten krijgt zoals diarree, neem dan contact op met de verpleegkundig specialist. 

Zo gaat het verder

  • U krijgt een afspraak voor controle na 2 maanden bij de verpleegkundig specialist in OLVG, of bij uw cardioloog in het Flevoziekenhuis of NWZ als u daar patiënt bent.
  • Vervolgens maakt u een afspraak op de polikliniek bij uw eigen cardioloog na 3 maanden  na de behandeling.

Wanneer moet u ons bellen?

Iedere behandeling heeft risico’s. Een beetje pijn is normaal de eerste dagen. Bij pijn kunt u paracetamol gebruiken. Gebruik maximaal 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg. Doe dit maximaal 7 dagen.

Bel meteen de afdeling Shortstay als u binnen 1 week na de behandeling toename van klachten krijgt zoals: 

  • wegraking
  • ernstige ritmestoornis
  • hoge koorts 
  • erg moe 
  • kortademig
  • pijn
  • bloeding
  • grotere zwelling in de lies

Als de klachten 1 week na de behandeling ontstaan, neem dan contact op met uw eigen cardioloog. 

Bij ernstige klachten meldt u zich bij de dichtstbijzijnde spoedeisende hulp of u belt 112. 

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.

Polikliniek Cardiologie, locatie Oost, P2
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Polikliniek Cardiologie, locatie West, route 4
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Shortstay afdeling Cardiologie, locatie Oost, A4
020 599 22 09 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)

Cardiac Care Unit (CCU), locatie Oost, C3
020 599 23 04

Eerste Harthulp (EHH), locatie Oost, A3
020 599 23 05 (dag en nacht)

Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.

De informatie op deze pagina is afkomstig van de afdeling Hartcentrum van OLVG. Laatst gewijzigd: