Inloggen met DigiD
Download de MijnOLVG-app in de App Store of Google Play Store of ga naar www.mijnolvg.nl. Log daarna eenvoudig in met uw DigiD.
EFO staat voor elektrofysiologisch onderzoek. Met een EFO probeert de cardioloog een hartritmestoornis op te wekken. Dit onderzoek is nodig om een goede diagnose te kunnen stellen. Een speciaal opgeleide cardioloog verricht een EFO. Deze cardioloog heet een elektrofysioloog.
Het opwekken van een hartritmestoornis gebeurt door het geven van kleine elektrische prikkels aan het hart. Hiervoor worden enkele katheters geplaatst. Dit gebeurt door uw liesader via de bloedvaten naar het hart. Een katheter is een dun soepel slangetje. Om de positie van de katheters te kunnen bepalen, maakt de cardioloog gebruik van röntgen om katheters op de goede plek in het hart te plaatsen.
Tijdens een EFO stimuleren we het hart met kleine elektrische pulsjes via de katheters. Zo kunnen we een hartritmestoornis opwekken. U voelt dit als een snellere hartslag of als hartkloppingen.
U voelt niets van de elektrische pulsjes.
Met deze kleine elektrische pulsjes is het ook mogelijk om het normale hartritme weer te herstellen. Soms is het nodig om de hartritmestoornis met een elektrische schok te stoppen. Dit heet een elektrische cardioversie. Voordat u de schok krijgt, wordt u eerst in slaap gebracht. U voelt hier niets van.
Bent u zwanger of mogelijk zwanger?Neem dan voor het onderzoek contact op met uw arts. Bij onderzoek van sommige lichaamsdelen doen we liever geen onderzoek met straling. |
U meldt zich bij de afdeling Cardiologie, locatie Oost, op de afgesproken tijd.
Na het onderzoek weet de cardioloog in de meeste gevallen welke ritmestoornis u heeft. Er zijn dan 3 mogelijkheden:
Als u zich goed voelt, mag u een aantal uur na uw behandeling of onderzoek naar huis. Zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer raden wij de eerste 3 dagen af. Vraag of iemand u naar huis brengt.
Als er met een EFO een diagnose gesteld is, die goed met een katheterablatie te behandelen is, dan gebeurt dat meestal na de EFO.
Tijdens een katheterablatie wordt het gebied van de ritmestoornis behandeld. De behandeling bestaat uit het maken van kleine littekens in het spierweefsel . Deze littekens ontstaan door plekjes hartspierweefsel te verhitten of te bevriezen. Dit zijn vaak kleine gebiedjes en dit heeft meestal geen nadelig effect voor de pomp kracht van het hart.
Een katheterablatie is bedoeld om de kwaliteit van leven te verbeteren en klachten van ritmestoornissen te verminderen.
Net als bij een EFO brengt de cardioloog via uw lies de speciale katheter naar het hart. Het verhitten of bevriezen van het weefsel gebeurt met de punt van de katheter. Dit duurt op elke plek steeds 1 tot anderhalve minuut. Het branden of vriezen kan soms gevoelig zijn.
Het is erg belangrijk dat u goed stil ligt, zodat de katheters op de goede plaats blijven liggen. Nadat er een ablatie gedaan is, wordt er opnieuw getest of de ritmestoornis nog op te wekken is. In totaal duurt de behandeling 2 tot 4 uur. De behandeling is klaar als de cardioloog geen ritmestoornis meer kan opwekken.
Meestal mag u dezelfde dag naar huis, maar soms moet u 1 nacht in het ziekenhuis blijven. Dat hoort u van uw cardioloog op de dag van de ingreep.
Als u naar huis gaat krijgt u zo nodig een recept voor antistolling. Dit medicijn moet u een aantal weken na de behandeling gebruiken. Deze medicijnen zijn nodig om de vorming van stolsels op de littekentjes in het hart te voorkomen.
Opleiden zorgverleners in OLVGOLVG biedt kansen aan de zorgverleners van de toekomst. Nieuwe zorgverleners zijn hard nodig. Uitstel van uw operatie of behandelingHeel soms gebeurt het dat uw operatie of uw behandeling niet kan doorgaan. |
Iedere behandeling heeft risico’s. Wij nemen voorzorgsmaatregelen om deze risico’s te beperken. Hieronder ziet u welke complicaties en risico’s kunnen optreden bij deze behandeling.
Wordt u behandeld voor een ritmestoornis die in de buurt van het eigen elektrische geleidingssysteem van het hart ontstaat zoals de AV-knoop of sinusknoop? Dan bestaat er een hele kleine kans dat het geleidingssysteem zelf wordt beschadigd. Deze kans in minder dan 1%. Als het geleidingssysteem permanent beschadigd is, hebt u mogelijk een pacemaker nodig.
Zoals bij elke ingreep in het hart is er een kans op overlijden. Bijvoorbeeld door complicaties tijdens de behandeling. Die kans is echter heel klein.
Als u na de ablatie in het ziekenhuis moet blijven, hoort u van uw arts wanneer u weer naar huis mag. U mag nog niet zelf autorijden, fietsen of reizen met het openbaar vervoer. Vraag of iemand u naar huis brengt.
Voordat u naar huis gaat, vertelt uw cardioloog welke medicijnen u moet gebruiken.
In de eerste 2 maanden na de ablatie kunt u uw hart wat vaker voelen overslaan dan anders. Of misschien voelt u zelfs het begin van een ritmestoornis. Ook kan het zijn dat u moe bent, of kortademig bij inspanning en of pijn achter het borstbeen hebt. Dit komt omdat uw hart en lichaam zich nog moeten aanpassen en moeten herstellen van de ingreep. Na verloop van tijd voelt u zich steeds een beetje minder moe en kortademig.
Iedere behandeling heeft risico’s. Lichte pijn op de borst of in uw lies is normaal in de eerste dagen na de ingreep. U kunt dan paracetamol gebruiken. Gebruik maximaal 4 keer per dag 2 tabletten paracetamol van 500 mg. Doe dit maximaal 7 dagen.
Neem contact op met de Shortstay afdeling als binnen 1 week na de behandeling de klachten toenemen zoals:
Als de klachten 1 week na de behandeling ontstaan, neem dan contact op met uw eigen huisarts of cardioloog.
Bij ernstige klachten die niet kunnen wachten, meldt u zich bij de dichtstbijzijnde spoedeisende hulp of belt u 112.
Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel uw vraag aan de polikliniek via MijnOLVG. Op werkdagen kunt u ook bellen.
Polikliniek Cardiologie, locatie Oost, P2
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
Polikliniek Cardiologie, locatie West, route 4
020 599 30 32 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
Shortstay afdeling Cardiologie, locatie Oost, A4
020 599 22 09 (op werkdagen van 08.15 tot 16.15 uur)
Eerste Harthulp, locatie West, route 36
020 510 81 38
Is de situatie levensbedreigend, bel dan 112.