OLVG

Wietske werd weduwe en kreeg kort daarna de diagnose borstkanker : 'er is zoveel om wél voor te leven' 

‘Type1diabetes, weduwe, borstkanker.’ Deze drie hashtags stonden het afgelopen jaar onder de berichten die Wietske Wits (48) op haar LinkedIn-pagina schreef. Ze nam haar lezers mee in haar leven, dat op zijn kop was gezet door het plotselinge overlijden van haar man Simon en de diagnose borstkanker, slechts 11 weken later. ‘Op de begrafenis van Simon zei ik nog tegen mijn ouders: nu moet er niks met mij gebeuren.’

In het restaurant van OLVG zit een vrouw met een aanstekelijke glimlach en krachtige ogen. Op haar hoofd vormen de eerste haartjes weer een kapsel. ‘Ja, mijn haar groeit weer’, lacht Wietske. ‘Ik wist niet dat het belangrijk voor me was, maar ik word er zo blij van.’
Sinds afgelopen maart is Wietske kankervrij. ‘Niet meer ziek, maar ook nog niet beter. Ik zit momenteel in Niemandsland’, zo noemt ze het zelf. ‘Ik kom nu ook pas toe aan verwerken. Om stil te staan bij wat er “in godesnaam” allemaal gebeurd is.’

Hersenbloeding

Het verhaal begint in februari 2025. Een gewone zondag. ‘Ik was naar de voetbal met onze jongste zoon en bij het vertrek vanuit huis had ik Simon nog gevraagd of hij de vaatwasser wilde uitruimen. Achteraf mijn laatste woorden aan hem: Simon kreeg een hersenbloeding. In de week dat hij in het ziekenhuis lag is hij niet meer bij kennis geweest.’ Uiteindelijk besloten de artsen de stekker eruit te trekken. ‘Mijn jongens en ik waren erbij. Ze waren pas 15 en 17. Direct heb ik tegen ze gezegd: “maar wij zijn er nog wel, jongens. We zijn met zijn drieën en hoe rot het ook gaat worden: we kunnen dit.”

Elf weken later voelt Wietske een harde plek in haar borst. 

Na een bezoek aan de huisarts en een mammografie volgt de gevreesde uitslag: HER2-positieve borstkanker. ‘Een lastige kankersoort, maar zowel de oncoloog als de verpleegkundig specialist zeiden: “we gaan voor genezing, Wietske.” Een andere optie was er wat mij betreft ook niet: ik kon mijn jongens niet alleen laten.’

Oerol

‘De eerste weken was ik soms echt aan het gillen thuis – als de jongens er niet waren. Ik zat wanhopig op de grond, onder de douche, het water stroomde over me heen en ik dacht: waar moet ik de kracht vandaan halen?’

Hoewel de eerste chemokuur en immunotherapie gepland staan voor de derde week van juni, besluit Wietske OLVG te bellen met de vraag of ze een weekje later mag starten. ‘Ik ga elk jaar naar Oerol, het theaterfestival op Terschelling. Ook na het overlijden van Simon wilde ik dat dat doorging. Dat had ik nódig. Gelukkig was het medisch verantwoord om de chemo een week uit te stellen. De artsen twijfelden ook niet: ze wisten welk traject me nog te wachten stond en gunden me deze week.’

Chemokamer

De dinsdag na Oerol meldde Wietske zich op de chemokamer. In eerste instantie stonden haar zes kuren van drie weken te wachten. ‘Ik keek om me heen, naar al die mannen en vrouwen die daar zaten en dacht: wat zit hier een kracht.’ 

Na elke kuur wordt Wietske zieker. ‘De dagen na de chemo en immunotherapie lag ik op de bank, at ik muizehapjes en kon ik amper een uurtje bezoek aan. De eerste week was altijd de zwaarste. Daarna knapte ik een beetje op en werd ik weer gevloerd door de volgende kuur. De derde week was een herstelweek en leek ik het leven weer een beetje aan te kunnen. En dan kwam de volgende kuur. Hoe verder je in het traject komt, hoe zwaarder. Er brokkelt steeds een stukje van je af.’

Diabetes

En dan was er nog die derde hashtag: type1diabetes. Al op haar vijfde kreeg Wietske deze diagnose. ‘Met alle nieuwe medicatie was het spannend hoe mijn bloedsuikers daarop zouden reageren. Dat was uitzoeken en steeds opnieuw afstellen, maar uiteindelijk ging dat goed. Op een bepaalde manier heeft mijn diabetes me ook geholpen in dit kankertraject. Ik wist al hoe het was om ziek te zijn, en dat er na een slechte dag altijd weer een nieuwe dag komt. Ook wist ik dat het écht zin heeft om goed voor jezelf te zorgen. Daar hoort ook bij dat je goed je grenzen aangeeft. Dat kon ik nu ook.’

Hulp aanvaarden was wél nieuw voor Wietske. ‘Ik ben een stoer wijf, een echte doe-het-zelver. Maar nu kon ik niet meer zonder hulp. Al direct na de hersenbloeding van Simon stond er een kring van familie en vrienden om ons heen; die bleef toen ik mijn diagnose kreeg. Koken werd door heel veel mensen voor ons gedaan. Vrienden installeerden een app, waarin mensen zelf konden invullen wanneer zij eten zouden maken. Ik heb elke maaltijd met liefde ontvangen, al was ik hartstikke misselijk. Maar niet eten is geen optie, je moet sterk blijven.’

Extra kuur

Na zes kuren volgt er een nieuwe MRI. De tumor blijkt goed te hebben gereageerd op de behandeling. Wel wordt er nog lichte activiteit in de borst gezien. En dat betekent: drie kuren erbij. ‘Het is alsof je de eindstreep van de marathon in zicht hebt, maar ineens nog tien kilometer om moet. Natuurlijk was ik in eerste instantie gigantisch verdrietig, maar dat sloeg om in dankbaarheid: wat krijg ik goede zorg.’ 

Eind december 2025 was de allerlaatste chemokuur. In januari volgde een operatie en in maart een week bestraling in het Antoni van Leeuwenhoek. Toen zat de behandeling erop. ‘Ik stapte naar buiten, de zon scheen. Ik liep er alleen, bewust. Degene die ik er het liefst bij had willen hebben, was Simon. Maar Simon was er niet meer en niemand kon hem vervangen. Dus liep ik er alleen. In de wetenschap dat iedereen die me liefhad, op dat moment aan me dacht. Ik ben op een bank gaan zitten. Heb het AvL, Zaans Medisch Centrum en OLVG bedankt. En mezelf bedankt, omdat ik het heb volgehouden. Met alle hulp van lieve mensen om me heen.’

#geenkankermeer

Sinds maart staat er een nieuwe hashtag onder de LinkedIn-berichten van Wietske: #geenkankermeer. Ze schrijft dat het nog zoeken is: ‘Ik wil heel veel, maar de energie ontbreekt. Maximaal twee activiteiten per dag. Een les in geduld.’ Tranen komen te pas en te onpas. Ze gunt zichzelf er de ruimte voor. ‘Ik ben nog steeds dezelfde Wietske, maar er is ook iets anders in mij. Er is een oerkracht in me wakker geworden, waardoor ik voel: mijn jongens en alle lieve mensen om ons heen zijn echt het belangrijkste. Dus waar ga ik mijn energie nog wel insteken, en waarin niet? Het is een toffe, spannende en soms emotionele zoektocht naar doen wat echt belangrijk voelt. 

Het komt op mij aan of ik er nog iets van ga maken. Ik voel dat ik die keus heb. En ik kies voor het leven, met mijn zoons en de liefde voor en van Simon in mijn hart. Ik ben ook nog maar 48, veel te jong om nu al niet meer van het leven te gaan genieten. En misschien hebben de diabetes, kanker en dood van Simon me juist wel meer reden gegeven om dat te doen.
Oerol, ik kom er weer aan.’